We zijn alweer een week verder en er is hier alweer veel gebeurd. Ik ben niet zo druk geweest in het ziekenhuis, want mijn laptop crashte en daarom was ik veel tijd kwijt met het herstellen. Ik had vorig jaar een nieuwe laptop gekocht, maar daarbij was het fotoprogramma, dat ik gebruik om mijn foto’s van de camera te downloaden, niet geopend. Ik probeerde dat alsnog te doen, maar ik moest het opnieuw downloaden, helaas werd het serie nummer niet meer herkend, omdat de camera alweer oud aan het worden is. Gelukkig had ik hier drie coassistenten in huis, die graag hun hulp aanboden en zo ging het stap voor stap toch weer goed. Ik moet de laptop in het ziekenhuis ook gebruiken bij het visite lopen om in het patiëntendossier te kunnen. Zelfs als we samen visite lopen op de kinderafdeling, gebruikt de dokter mijn laptop, omdat hij anders moet wachten, tot er een laptop beschikbaar is. Het ziekenhuis zit krap in de centen. Na het crashen moest ik de laptop resetten, maar daarbij ben ik toch dingen kwijtgeraakt. Zo merkte ik dat ik WORD etc. ook opnieuw moest installeren. Dat is ook gelukt, maar dat duurde dan weer langer, omdat de internetverbinding was weg gevallen. Dat laatste gebeurt toch weer regelmatig, want het is regentijd en dan raken de verbindingen regelmatig verstoord, omdat er  problemen zijn met de elektriciteit. De lijnen liggen allemaal bovengronds.

Maandag 9 februari was de eerste dag om in het ziekenhuis weer actief te zijn. Ik werd heel hartelijk ontvangen en iedereen was blij om me weer te zien. Het was een kille dag en het regende eindelijk weer. Dat was een goed teken. Regen betekent hier zegen. Een jonge arts van vorig jaar was vertrokken en daarvoor waren er twee nieuwe gekomen, die pas waren afgestudeerd. Ze zijn door de districtsarts naar Ndala gestuurd. Tot nu toe maken ze een goede indruk en is het ziekenhuisbestuur er blij mee. Na de ochtendbespreking werd ik door zuster Florida, de administrator, meegenomen naar het kantoor en daar werd me officieel meegedeeld, dat ik op de kinderafdeling mee zou lopen en als ik daar klaar was, kon ik naar de eerste hulp gaan en naar de outpatient department om de clinical officers bij te staan. Daarna werd het ziekenhuis patiënten programma op mijn laptop geïnstalleerd en ik kon beginnen. Toen ik op de kinderafdeling kwam was de arts die daar werkt nog niet aanwezig. De verpleegkundig stelde echter voor om toch maar met de visite te beginnen. Na een beetje oefenen lukte het me weer om met het programma te werken. Het was gelukkig rustig. Er waren maar 5 kinderen op genomen. Het eerste kind was alweer raak. Een kind van twee jaar wat maar 6 kilo woog en dus zware ondervoeding had. Nu merkte ik meteen, dat mijn aanwezigheid hier werkte. Vier jaar geleden had ik 100 000 (€40) Tanzaniaanse shilling gegeven om suiker, olie, bloem en melkpoeder te kopen en ik had instructies gegeven aan de directrice om dat ook op de rekening van de patiënt te declareren, zoals men medicijnen declareert. Het systeem blijkt te werken. Nu was het vanzelfsprekend dat deze Formule 75 voor zo’n kind wordt voorgeschreven. Het werkt. Het kind “Idi” leeft nog en gaat  weer vooruit. Na de koffiepauze ging ik naar de eerste hulp en daar trof ik al meteen een bekende, die zijn oren kwam laten controleren.

Na de lunch merkte ik dat het voor de studenten door de taalproblemen moeilijk is, om het boodschappen doen door de huishoudelijke hulp te vertrouwen. Dat komt door de taalproblemen. Men kan elkaar niet goed uitleggen, wat er verwacht wordt. Het komt ook door de cultuurproblemen. Het vertrouwen over en weer is deze week niet verbeterd. Om 17.00 uur wou ik het foto programma weer herinstalleren, maar dat ging helemaal mis. De laptop liep helemaal vast. Met behulp van de coassistenten ging het na een aantal pogingen weer goed.

Dinsdag begon de dag bewolkt, maar het trok langzaam weg en werd het ook warmer. Toen ik met de koffiepauze naar de zusters ging was er niemand en ik dacht dan ga ik ook maar eens naar de kantine bij de ingang van het ziekenhuis. Daar zat een hele club en ik zag eerst niet dat er ook vreemden bij waren. Ze waren aan het eten. Ik zag dat het bestuur van het ziekenhuis ook aanwezig was en vroeg of ik stoorde. Nee dat was niet zo en ik werd meteen voorgesteld, als een van de pioniers van het ziekenhuis. Ik stelde me voor en dat bleek meteen de directeur van een NGO te zijn die onderzoek deed voor de regering. Ik dacht: Oh waar ben ik in terecht gekomen, een oude dokter, wat doet die hier. Nee, de man vond het juist heel interessant, dat zo iemand die hier 50 jaar geleden werkte, er ook bij was. Ik moest meteen mee op de foto. De organisatie moet de relatie tussen de missie ziekenhuizen en de regeringsziekenhuizen onderzoeken. Wat kan er verbeterd worden? Mr. Paul Michael Nandrie gaf zijn visitekaartje af en ik daarna de mijne. Hij nodigde me deze week al uit om in de hoofdstad langs te komen.

Op het eind van de dag ben ik nog een rondje gaan lopen en ik kwam een oude bekende tegen. Ze was onkruid aan het wieden. Ik had haar met de kerst een kaart gestuurd en die was twee weken geleden aangekomen.

Woensdagmorgen is altijd de dag, dat er bij de ochtendbespreking een presentatie wordt gehouden. Op het programma stond, dat een van de coassistenten een presentatie zou geven, maar de directeur had anders besloten. De nieuwe arts dokter Musa Mabula moest een presentatie geven. Dit ging over een probleem bij suikerziekte, ketoacidose, hoe dat behandeld moet worden. Later op de ochtend kreeg ik met een jongen van 7 jaar te maken, die bijna in shock was door bloedend tandvlees sinds 4 dagen. Hij had alleen een spuit elders gehad. Ik heb hem opgenomen en hem alleen een gaas tussen zijn tanden geduwd en daarmee stopte het en hij had 2 bloedtransfusies nodig. Later bleek, dat hij bij elke kleine verwonding abnormaal lang bloedt. Waarschijnlijk heeft hij Hemofilie, maar dat kan hier niet getest worden, daarvoor moet hij naar een Hematoloog in Mwanza.

Later na het werk kwam er een tweede werknemer naar me toe, omdat hij me wou spreken. Dus dan ga je al iets vermoeden. En bij de afspraak, bleek dat hij graag naar een seminar wou en vroeg of ik financieel kon bijdragen.
Dit soort vragen krijg je natuurlijk herhaaldelijk. Men kan leven maar velen hebben toch niets extra’s over. Veel werknemers hebben ook een handeltje erbij om er iets bij te verdienen.

Woensdagavond was een gezellige avond. De twee coassistentes hadden besloten om pizza’s te bakken en hadden me al gevraagd om kaas uit Nederland mee te brengen. Er werden ook twee jonge Tanzanianen uit genodigd. Dat was natuurlijk gezellig.

Donderdagmorgen na de koffiepauze kregen we met een spoedgeval te maken. Er werd een bewusteloos kind gebracht, het was helemaal uit gedroogd en zwaar ondervoed. Het was weer een kind van anderhalf jaar. De ouders waren gescheiden. Het kind was bij oma ondergebracht. Duidelijke een probleem familie. Het lukt ons niet om een infuus in te brengen. Alle aders waren gecollabeerd, Toen hebben we een neus maag tube in gebracht om op die manier vocht en glucose te geven, want de bloedsuiker was niet te meten, zeg maar nul. Het leek wat beter te gaan, maar na een uur is het kind toch overleden.

Donderdag om 18.00 uur had ik een afspraak met een zekere Paulo, waar ik altijd een fiets huurde. Dat had ik al in Nederland gevraagd via whatsapp. Maar zaterdag was de fiets niet goed. De remmen waren niet goed afgesteld. Donderdag was dat goed en er zaten ook betere banden op. Hij fietst beter dan de fiets van vorig jaar. Hoewel het geen luxe fiets is.
Zijn vrouw had een mobieltje uitgezocht en was daar erg blij mee.

Van de kinderen die er deze week werden opgenomen, waren er meerdere kinderen, die een sickelcel crisis hadden. Ze hebben op meerdere plaatsen pijn, omdat het bloed gaat klonteren door de afwijking van de rode bloedlichaampjes. Daardoor wordt het bloed afgebroken en sluit het bloedvaten af. Deze ziekte komt hier veel voor en veel kinderen worden niet volwassen.

Vrijdag was de laatste dag voor de coassistentes. Ze waren echter druk tot het laatste moment. Ze hadden donderdagavond laat nog twee vruchtentaarten gebakken om die aan de medewerkers te geven. Ze gingen tot het laatste moment in het ziekenhuis helpen. Om 19.30 uur werd er bij de zusters een kleine afscheidsparty georganiseerd. Er werd gegeten en ze kregen een afscheidscadeau. Ook de moeder van een van de dames kreeg een afscheidscadeau, een kitenge. Ik heb ze nog
weten te strikken om vrienden van Ndala te worden. Dat deden ze graag. Ze hadden hier een goede tijd gehad. Vanochtend zijn de dames vertrokken en moet ik het huis nu delen met de mannelijke coassistent, die hier tot 8 maart blijft.

Vandaag, zaterdag ben ik weer gaan fietsen. Ik had Stefano, de man van de hulp weer gevraagd of hij gelegenheid had om mij weer te begeleiden voor een paar uur. Hij deed dat graag. We zijn weer naar een stuwmeertje gaan kijken, het Bwawa ya Kaiwili bij Budushi. Er waren nu niet veel vogels te zien en het begon nog te regenen ook. Ik heb toch nog wat vogels kunnen fotograferen. Daarna zijn we via het dorp terug gefietst en hebben daar een theepauze in gelast. We dronken er thee, met een mandazi ( soort droge oliebol zonder krenten) en een droge pannenkoek. We waren om 12.00 uur weer terug. Toen ik thuiskwam was zuster Florida er ook. Ze kwam blijkbaar toch nog even kijken hoe de dames de boel hadden achtergelaten. Ze vertelde over een nieuwe oven om het brood te bakken. Dus ik ben even meegelopen om dat te gaan bekijken. Het is een soort aluminium kast waarvan onderen houtskool wordt verbrand, maar bovenop ligt ook
een lade om houtkool op te branden. Dit is blijkbaar een hele verbetering om brood te bakken.
Zaterdag ben ik om 17.30 nog even gaan fietsen. Terwijl ik op de fiets zat, schoot me te binnen, dat ik vorig jaar foto’s had opgestuurd naar iemand die geen postadres had en dit via iemand anders moest laten doen. Dus ik dacht ik ga informeren of de foto’s zijn terecht gekomen. De heer Stefano Ligwa woont juist buiten het dorp. Hij zat heerlijk tv te kijken en deed rustig aan omdat hij wat hoofdpijn had. Hij was ’s nachts lang doorgegaan met schrijven omdat hij een vergadering moest voorbereiden. De foto’s waren inderdaad aangekomen, maar hij moest op het postkantoor 50 000 shilling ( 16 euro) betalen) , Hij heeft dat geweigerd maar kreeg toch de brief en heeft de persoon voor wie de brief was gebeld om het te komen halen. Daarna ben ik nog even een rondje verder gefietst en zag dat er weer een heleboel nieuwe huizen zijn bij gekomen, waarvan sommige zelfs heel groot, De economie in het dorp gaat dus goed. Vanmorgen, zondag, ben ik om 8.30 naar de kerk gegaan. Maar om 9.30 uur was de vorige viering nog niet klaar. Na meer dan een uur vertraging begon de mis. Maar ook dit keer preekte de pastoor meer dan een uur. Toen kon ik het niet meer uithouden en ben er uit gelopen, zo
van dit heeft geen zin. Zo kun je er niet meer op concentreren. Vandaag is het koud, 22 graden en er wordt veel regen verwacht. Volgens buienradar wordt er de komende twee weken elke dag regen verwacht.

Zo hebben jullie weer een indruk gekregen, hoe het leven hier voor me is en heb je ook een beetje een indruk, hoe de dingen hier gaan.

Verslag uit Ndala Tanzania no 2 15-02-2026

2 gedachten over “Verslag uit Ndala Tanzania no 2 15-02-2026

  • februari 17, 2026 om 4:04 pm
    Permalink

    Weer voldoende afwisseling daar…succes weer met het vervolg
    …alle goeds..hart.groet..

    Beantwoorden

Laat een antwoord achter aan Adele Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *