Ik ben nu twee weken verder. Ik heb thuis de belangrijkste dingen weer geregeld. De koffer is uitgepakt en weer schoon. De belastingaangifte is ook op tijd gelukt. Nu kan ik jullie weer informeren over mijn laatste ervaringen in Tanzania.

Ik zou na de Mis op zondag 15 maart rond het middaguur bij de moeder van een van de ziekenhuis medewerkers op bezoek gaan. Maar deze vrouw moest op condoleance bezoek. Een neef van haar was met de motorfiets in een rivier terecht gekomen en meegenomen en verdronken.

Ik ben nog op de kinderafdeling langs gegaan en daar was een jongen opgenomen met glomerulonephritis en koorts convulsies. Ik heb het onderzoek en de behandeling nog wat uitgebreid.  Dinsdagmorgen was hij weer zoveel verbeterd, dat hij weer naar huis kon.

Op het eind van de middag ben ik weer even gaan fietsen. Ik ben een zekere Stefano Ligwa gaan opzoeken, juist buiten het dorp. De vorige keer, dat ik bij hem kwam voelde hij zich wat ziek. Dus ik dacht, ik ga eens kijken of het beter met hem gaat. Hij is een pensioneerde leraar van de catechisten school. De familie zat voetbal te kijken op de tv., Manchester United- …. Het ging beter met hem. Hij had pijn op de borst gehad en had medicijnen gekregen. Lifestyle is ook in Tanzania een toenemend probleem. Het was even gezellig bij deze mensen. Het was een gezin van 10 kinderen.

Maandag 16 maart was bijna de laatste dag in Ndala. Later op de ochtend wou Zr. Christina, de medisch directeur me spreken. Toen ik bij haar binnenkwam moest ze eerst haar hart luchten. Voor mij, had ze een gesprek gehad met twee personeelsleden. De rekening van het ziekenhuis was gehackt.  Betalingen van patiënten gingen naar een andere rekening.

Er was 50.000 000 TAS verdwenen (± 17.000 euro). Daardoor hadden ze problemen de salarissen te betalen. Daarna wou ze kwijt wat ze met het Ndala ziekenhuis wil gaan doen. Het moet verder ontwikkelen om voldoende patiënten aan te blijven trekken. Het moet zich meer gaan specialiseren. Ze is zelf chirurg en eerder dacht ze erover om de orthopedische mogelijkheden uit te breiden. Maar daarvoor zijn dure investeringen nodig, zoals een Ct. scanner. Daar heeft het ziekenhuis echter geen geld voor, daarom dacht ze erover om het ziekenhuis te specialiseren in een brandwondencentrum. Er zijn altijd veel patiënten met brandwonden. Je kunt je dat voorstellen als je de foto bij brief no 6 kunt zien. Er wordt in veel huizen nog binnen op de vloer gekookt. Daar gebeuren veel ongelukken mee.  Normaal is er altijd wel een kind met ernstige brandwonden op genomen. Daarvan overlijdt nog steeds een hoog percentage. Het is echt een kunst om zo’n patiënt er de eerste tien dagen doorheen te krijgen. Zelf wil ze daarvoor nog een extra opleiding volgen, zodat ze een extra aantekening als chirurg krijgt. Daar is natuurlijk weer geld voor nodig.  Verder waren er problemen met de huishoudelijke hulp in het gastenverblijf. Er waren steeds twijfels of ze mogelijk geld zou achter houden. Nu zouden er toch plotseling twee nieuwe coassistenten komen. De zusters besloten om iemand anders aan te wijzen. Ook bleek ze de router van de vorige coassistent mee naar huis genomen te hebben en de monitor. Dat was toch niet de bedoeling geweest. Dus er waren genoeg zaken om te bespreken.

’s Avonds was het afscheid nemen bij de zusters en ontvangen van de nieuwe coassistenten. Ik kreeg een mooi overhemd cadeau van kitenge stof.  Er werd natuurlijk gespeecht. Ze zeiden natuurlijk, dat ze weer verwachten, dat ik terug zou komen, ook al had ik gezegd, dat ik thuis had beloofd, dat het de laatste keer zou zijn.  Ze zeiden allemaal tot volgend jaar.

Dinsdag 17 maart was dan inderdaad de laatste dag in Ndala. Na de ochtendbespreking kreeg ik uitgebreid de kans om afscheid te nemen. Ik heb de werknemers gezegd, dat het belangrijk was om goede service te verlenen aan de patiënten. Om als team samen te werken. Er is nu veel concurrentie. Ze moeten zich onderscheiden van de andere klinieken en gezondheidscentra. Als het aantal patiënten niet toe neemt is er ook geen ruimte om salarisverhoging te krijgen. Ik zei, dat ik nog mee hoopte te maken, dat het ziekenhuis selfreliant zou zijn. Dat het  in staat zou zijn om financieel onafhankelijk te zijn. Na de ochtendbespreking moest ik samen met dokter John visite lopen. Na 5 minuten werd hij weggeroepen en klopte me op de schouder om de visite te lopen. Hij vond het jammer dat mijn periode er alweer opzat. Ik zag een nieuwe jongen, die erg ziek was en onrustig. Ik deed een lumbaalpunctie. Maar hij had gelukkig geen nekkramp.  Ik had ook  nog een gesprek met Zr. Florida, de directrice van het ziekenhuis.  Ik heb haar nog 50 000 TAS gegeven om een onderdeel van de grascutter te laten bezorgen, omdat ik begreep, waarom ze nu heel krap in de centen waren. Daarna heb ik me omgekleed en ben ik rondgegaan om nog wat foto’s te maken en heb daarna de koffer ingepakt.  Ik had nog lege flessen weggebracht en ben nog even bij mevrouw Mariamu Mtama op bezoek gegaan. Er kwam nog iemand langs om afscheid te nemen en tot slot kon ik nog op het keyboard spelen.

Woensdag 18 maart moest ik op tijd opstaan om 4.15 uur.  Ik moest om 5.15 klaar staan om op tijd bij de bushalte te zijn. Raphael Alex de chauffeur stond al klaar om me weg te brengen.  De directrice was ook nog even opgestaan om me uit te zwaaien en ik kon haar de sleutel van het gastenverblijf geven. We waren op tijd in Puge. De busticket was veranderd, ik zou eerder en met een andere busmaatschappij reizen. Terwijl we stonden te wachten kwam er een lege bus voorbij met een lege voorband. Met veel lawaai reed hij voorbij. De politie wilde de bus aanhouden, maar die ging er toch vandoor.  Een aantal kilometers verder was het de politie toch gelukt om de bus te laten stoppen. Deze bus had echter ook alweer 45 minuten vertraging. De weg was veel slechter geworden. Er waren veel grote gaten in het asfalt. Ik was om 14.15uur in Katesh. Ik keek uit naar mijn vriend met chauffeur die al lang op de busterminal stonden te wachten. Ik zag hen niet. Toen ik hem belde en we naar elkaar toe liepen kwam ervan opzij een andere man aanlopen en hij zei, dat we moesten wachten. Hij was een politieagent in burger.  Mijn vriend wist echter, dat de gewone politie niet zomaar vreemdelingen mag aanhouden en belde met een relatie van de vreemdelingendienst. Deze bevestigde zijn mening. Toen zei de man, dat we op het politiebureau verwacht werden. Daar moesten we een tijdje wachten tot er iemand van de vreemdelingen- dienst kwam. Toen moesten we mee naar binnen en mij was nog steeds niets verteld, waar ik van verdacht werd. Men wilde al mijn bagage controleren. Eerst dacht ik dat het mogelijk met mijn verblijfsvergunning te maken zou kunnen hebben. Ik had een toeristenvisum, terwijl ik veel vrijwilligers werk had gedaan.  Ik vroeg me af of het met de hack in Ndala Hospital zou te maken kunnen hebben. Maar dat leek ook niet waarschijnlijk, want zij hadden nog niets met de politie overlegd. Ze controleerden mijn koffer, mijn rugzak en ik moest ook mijn laptop openen en de foto’s enz. laten zien. Toen zeiden ze dat alles in orde was en ik mocht gaan.

Tegen mij waren ze heel vriendelijk, toen ze merkten, dat ik een dokter was en veel van het Kiswahili verstond. Tegen mijn vriend hadden ze echter gezegd, dat ik de volgende keer een andere band om de koffer moest doen. Ik had een kleurige band om mijn koffer en ik had er nooit bij stil gestaan, dat die de kleuren van de regenboog had. In Tanzania is homoseksualiteit verboden. Dat kostte mij dus twee uur. Daarna gingen we snel naar het hotel om mijn spullen daar te droppen. Ik kreeg weer kamer 4 zoals andere keren. Ik had ook weer een chauffeur van de vorige keer, Peter Joseph. Bij het Summit  Hotel stond de barkeeper Simon en de manager Suleiman me ook al op te wachten. Omdat we al veel tijd hadden verloren, gingen we snel op weg om een nieuw project te bekijken. Op 3 december 2023 was er een ernstige aardverschuiving op de berg Hanang geweest. Er vielen 87 doden. Voor de mensen die in dat gebied hadden gewoond, had de regering buiten het dorp een nieuw dorp gebouwd. Er waren 110 huizen gebouwd, een lagere school en een middelbare school. Peter Joseph de chauffeur had er ook een huis kunnen huren. We werden even uitgenodigd bij hem thuis. Zijn vrouw runde een klein cafeetje om wat bij te verdienen. Daarna gingen we naar het huis van Thomas, mijn gids, om zijn vrouw en kinderen te groeten. Ze waren nieuwsgierig en wilden me zien.Nu was het avond en waren ze thuis. Donderdag zouden ze op school zitten. De kinderen waren Tasiano (17) jaar, Tecla ( ±12 jaar) en Tobias ( 6 jaar). De koffie stond klaar met Chipsmajai. Dat is een populair gerecht. Een soort omelet met frites.

Donderdag 19 maart ben ik al om 6.30uur opgestaan. Er stond veel op het programma.  Ik kreeg in het hotel gekookte cassave als ontbijt. Dat is even wennen aan het idee. Maar dat is blijkbaar hun gewoonte. Thomas Safari kwam me later ophalen om ook nog van Lucy zijn vrouw een ontbijt te krijgen.  Daarna nam hij me mee naar de Mount Hanang om naar orchideeën te kijken. Ik had verwacht, dat hij me ergens anders naar toe zou brengen. Maar op andere plekken van de berg kende hij blijkbaar de weg niet. Dus we gingen het Nationale [park in. Na een paar kilometer zagen ik toch orchideetjes, geen epiphytische, maar in de grond. Ik had deze kleine bloemen nooit gezien, Het waren roze en witte bloemetjes, net als vlijtig liesjes. We gingen nog verder tot aan de waterval, want in die omgeving hadden we een andere keer wel orchideetjes gezien. Maar die waren er niet meer. De desbetreffende boom was omgehakt, omdat hij de vorige keer al scheef over het pad hing. We hadden de lunch bij Thomas thuis en daarna moest ik pinnen en tanken. Vandaar gingen we naar een dorp Ufana om rotstekeningen van duizenden jaren terug te bekijken. Dat was echter verder weg dan gedacht. 60 kilometer, De weg van Katesh tot Ndareda was zeer slecht. Er zaten veel grote gaten in het asfalt. Dus de chauffeur moest voorzichtig rijden. Daarna moesten we langs het escarpment van de Rift Valley langzaam omhoog van 1700m. naar boven de 2000 m. Eenmaal bovengekomen was het een prachtig landschap. Het leek wel een beetje Zwitserland. Grote velden vol met groene mais. Het laatste stukje moesten we lopen naar de rotsen. De tekeningen stelden niet zoveel voor. Ik kon niet herkennen, wat ze duizenden jaren geleden op de rotsen hadden getekend. Waarschijnlijk dieren. Ik heb eerder tekeningen gezien bij Kondoa. Die waren duidelijk herkenbaar.  We waren pas om 20.30 terug in het donker. Ik moest de koffer nog inpakken.

Vrijdag 20 maart moest ik ook weer vroeg opstaan. Ik zou een bus hebben om 7.00 uur. Maar toen ik op het busstation aan kwam was het heel rustig. Door de slechte weg en de regen had de bus een uur vertraging. Om 13.15uur kwam ik in Arusha aan op de busterminal. Dat was een gekkenhuis. Het was een veel te kleine busterminal voor een miljoenen stad. De kunst was om mijn gids te vinden. Je wordt bestormd door allerlei bedelaars, die een centje willen verdienen door je koffer naar een nuttige plek te brengen. Ik kon gelukkig voor een hotel Seven-eleven wachten en naar mijn gids bellen hoe ik te vinden was. Erick Saimon  was snel aanwezig en ik werd naar zijn huis gebracht, waar ik ook zou logeren. Hij woont in Noord-Arusha in Ilboru, op een heuvel.  Op het eind van de middag zijn we daar gaan wandelen om te kijken naar orchideeën. Die zijn in dat deel van de stad te vinden op oude bomen, die op de heuvels staan. Het is daar vochtig. Op het eind van de middag gingen we naar de stad om te pinnen.  Op straat liepen allemaal groepen jonge mannen. Het was vrijdagavond. Eens in de zevenjaar worden alle jonge Masai mannen van 16-23 jaar besneden. Nu op vrijdag avond verzamelden ze zich en moesten tot 20 kilometer naar buiten de stad lopen en terug, zonder eten of drinken mee te nemen. Ze waren vrolijk en zongen en sprongen van vreugde.  Er liepen honderden jonge mannen in groepen door de stad richting het zuiden.

Zaterdag 21-3-2026 was het weer vroeg opstaan. We vertrokken om 9.15 uur naar Tengeru een dorp ten Oosten van de stad. Daar pikten we twee gidsen op en gingen verder de berg op. Hans een vriend van Erick ging ook met ons mee. Hij was jaren geleden mijn drager geweest toen we een hike maakten in Udzugwa Mountains. De gidsen waren Ismail Otieno (een Luo)  en Seari Lema. Hij was een natuurgids. Maar wegens de oorlog in het midden Oosten hadden ze niets te doen. We begonnen de hike op 1550 m hoogte en gingen door het bos tot 2186 m. We waren nog niet bij het viewpoint, maar dan zou het te laat worden. Het was heel vochtig, we liepen half in de wolken. Het zag eruit als een bos in de film van de Lord of the Rings. De bomen zaten onder een dikke laag mos. We zagen niet veel orchideeën in de bomen. Op het laatste deel voor de lunch zagen we veel Calanthe Silvatica. Dat zijn terrestrische orchideeën. Er stonden grote bossen met lila bloemen.        Tot slot gingen we aan de rand van Tengeru naar een restaurant met prachtig uitzicht en een reuzen schommel. Daar hebben we koffie gedronken, die daar geweekt werd. We waren om 17.00 weer thuis. Daarna kwam Steven Dizo, die ik van andere bezoeken ken, even gedag zeggen. ’s Avonds regende het flink.

Ik heb dokter John Nyeho, die ik van Ndala ken gebeld. Hij volgt nu een opleiding tot gynaecoloog in Moshi in het KCMC Universiteits ziekenhuis. Hij was echter niet in Moshi, maar bij de familie, zodat er zondag geen gelegenheid was om elkaar te zien.

Zondag 22-3-2026 vertrokken we om 8.00 uur uit Arusha om naar Moshi te gaan. We gingen de Materuni waterval op de Kilimanjaro bekijken. We pikten de gids Faustinus Mangi op en gingen naar de waterval. Hij was ook een studiegenoot van Erick. In Moshi moesten we om rijden, want er werd een Marathon gelopen. Het pad naar de waterval liep grotendeel over een smal paadje van klei langs de bergwand. Het was af en toe spannend om niet het evenwicht te verliezen. Ik had gelukkig een stok gekregen en Faustinus stak ook af en toe de helpende hand toe. Het was kil weer en bij de waterval van 80 meter hoogte was het helemaal koud. Het was koud smelt water van de Kilimanjaro. Er lag sneeuw op de top.

Op de terug weg heb ik een paar armbanden van tijgeroog en zwart witte jade gekocht en een kaart, geschilderd met acrylverf. In de bomen zagen we een paar polystachya orchideetjes. Het uitstapje werd afgesloten met een bezoek aan een cafeetje waar, men liet zien hoe koffie van plukken tot drinken behandeld wordt. De jongelui zongen en dansten op de maat van het stampen om de velletjes van de bonen te krijgen. Daarna moesten we de koffie proeven en natuurlijk een pak koffie kopen. Het is daar Organic Coffee, omdat het dichtbij een groot natuurgebied ligt. Daarna was het opschieten om op tijd bij Kilimanjaro airport te zijn. We werden onderweg nog door de politie aangehouden, een soort alcohol controle wegens de Marathon loop.

We waren om 16.55 bij de lucht haven.Ik kon snel door de security, maar toen ik  bij de incheckbalie kwam, was het schrikken. Ze zeiden dat het al gesloten was om bagage af te geven voor mijn vlucht. Ik was te laat. De vertrektijd van het vliegtuig was een halfuur vervroegd. Ik had blijkbaar de email niet goed in mijn geheugen opgeslagen. Want het was de derde keer, dat het vertrektijdstip was veranderd. Ik bleek het wel goed in de agenda genoteerd te hebben, maar in mijn hoofd zat nog, dat ik om 18.00 uur zou vliegen. De mensen van Precision Air waren wel behulpzaam. Ik moest even wachten en toen kwam er een agent van Precision Air met me praten. Ik zei dat ik indien mogelijk toch dezelfde dag nog wou vliegen, want ik had maandag een safari gepland van een paar honderd euro. Dat zou dan ook weggegooid geld zijn.  De man ging bellen en zoeken in de roosters van de Maatschappij.  Hij deed echt zijn best om de oude opa te helpen. Hij vroeg wel wat ik er voorover had. Na een kwartier zoeken en bellen had hij een plaatsje voor me. Ik zou om 21.00 uur kunnen vliegen via Zanzibar. Ik hoefde niets bij te betalen, alleen een fooi. Maar helaas had het vliegtuig vertraging evenals drie andere vliegtuigen. Het vertrok pas om 0.30 uur. En zou om 2,30 in Dar es Salaam aankomen. Ik had ondertussen driemaal aan de taxichauffeur  Jackson moeten doorgeven, dat ik later zou aankomen. Ik heb het ook doorgegeven aan mijn gastheer. Ook al was het diep in de nacht. Hij zou me opvangen. Ik kwam om drie uur in de nacht aan bij de familie Shao. Fred stelde voor, dat ik zou uitslapen en de geplande trip naar Saadani National Parc zou verplaatsen naar dinsdag en dan van daaruit meteen doorgaan zou naar het vliegveld.

Dat bleek maar goed ook. Toen ik ‘s ochtends wakker werd had ik diarree en was ik maar een half mens. Ik heb het grootste deel van de dag op bed gelegen. ’s Middags voelde ik toch nog even de drang om het strand te verkennen. Maar ik had niet de puf om te gaan zwemmen. Het is daar rustig. Er zijn alleen de lokale mensen aan het zwemmen. Er waren geen toeristen.

Gelukkig had ik dinsdag de zaak weer een beetje onder controle. We vertrokken om 6.30 uur naar het Parc. Er was gelukkig nog geen file in de stad en na een goed uur waren we bij Bagamoyo, de vroegere hoofdstad van Tanganyika. Het is een rustig stadje met hier en daar nog een gebouw van meer dan 150 jaar oud. Bij de haven mocht er niet gefotografeerd worden. Jackson mijn chauffeur stelde voor om te gaan ontbijten en daarna bij een krokodillen farm te gaan kijken. Dit was bij een landbouw instituut. Er waren oude hokken met krokodillen van verschillende leeftijden en een hok waar blijkbaar de eieren in het zand waren gelegd. Het uitkomen duurt 3 maand. Daarna gingen we richting Saadani National Parc. Er werd al gezegd, dat de weg ernaartoe niet geschikt was voor een gewone auto , wegens de modder. Dus we moesten omrijden om via de noordkant het park binnen te gaan. Dat betekende honderd kilometer om rijden.Toen we in het Park aan kwamen moesten we ons eerst melden en daarna konden we bij het  toeristen kantoor de kaartjes kopen en er werd een gids besteld. Bij het kantoor werd ons duidelijk gemaakt, dat je ook niet met de gewone auto, een Subaru, het park in kon, wegens het water. Ik moest dus een landrover met chauffeur inhuren. Heel Lux was dat.

Het Saadani Parc is dicht bij de Oceaan en aan een rivier. Maar het is toch grotendeels savanne landschap. Er was veel water door de regen. Op sommige plaatsen tot boven de knieën. Op sommige plaatsen moesten we ook rechtsomkeer maken, omdat er beken over de weg liepen.  We zagen weinig dieren. Een paar giraffen,  gewone waterbokken. We zagen een visarend en prachtige carmozijn bee-eaters. We zagen geen leeuwen, maar we zagen hoe een baboon een impala jong greep en die ging opeten. Deze dieren zijn blijkbaar duidelijk omnivoor.

Tot slot lieten ze nog een school zien, want er is een dorpje midden in het park. De school was gesloten, omdat één van de leraren was gedood door een leeuw.  We vertrokken om 16.30 uur weer richting Dar Es Salaam. We kregen op het eerste deel van de terugweg een flinke tropische stortbui op een weg van klei. Dus dat was oppassen met slippen. Ik wou in Dar es Salaam nog iemand, Aghaton Madonda, ontmoeten, die in Velp op Larenstein een jaar had gestudeerd. Hij had een tijd bij ons gelogeerd. Hij is nu docent aan een Universiteit in Dar es Salaam. Het was goed dat we niet in Bagamoyo gingen eten, want we waren pas iets voor 21.00 uur bij het vliegveld. Ik kon nog 20 minuten met Aghaton bijpraten en moest toen gaan inchecken. Dat ging gelukkig zonder problemen. Ik had net geen overgewicht van mijn bagage. Het KLM-toestel had lege plekken omdat veel toeristen wegens de oorlog hun reis hadden geannuleerd. We konden op tijd vertrekken en waren woensdag om 7.00 uur op Schiphol.  Daar moest de koffer nog door de scanner, maar ze zagen niets verdachts.

Ik liep naar de trein en ging met de lift naar het perron en vergat daarbij in te checken. In de trein werd ik me dat ineens bewust, maar ik zag niet de mogelijkheid om nog snel naar een poortje te rennen en zat dus te wachten op de conducteur. Die kwam niet langs. In Arnhem vroeg ik op het perron aan een NS-man hoe, ik door het poortje zou kunnen. Hij zei, dat hij niets kon doen, maar dat ik bij het poortje moest bellen en dan zou ik geholpen worden. Hilde stond echter al klaar en samen konden we erdoor. Dat was dus toch nog even een spannend moment om de reis af te sluiten.  We waren om 9.30 uur thuis. Toen was het wennen aan de kou.

Dit was dan het laatste verslag van een Bezoek aan Tanzania en waarschijnlijk het allerlaatste. Voortaan moet ik het Ndala Hospital op een andere manier helpen. Allemaal heel veel dank voor jullie meeleven. Het verslag is wat lang uitgevallen, maar dat is ook voor mijn eigen geheugen.

Gerard

Verslag uit Tanzania 7-04-2026

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *