Mijn vorige brief sloot ik af met de mededeling, dat ik om 17.00 bij iemand verwacht werd. Ik ben er heen gegaan en hij ging met me wandelen naar zijn project, juist een beetje buiten het dorp. Hij en zijn vrouw willen een weeshuis beginnen als ze over een paar jaar pension hebben. Hij is verpleger en zij is een universitair geschoold leraar. Ze hebben al geïnvesteerd in een lap grond en er staat al een huis wat nog afgebouwd moet worden en een gebouwtje, wat een winkeltje moet worden voor extra inkomen. De fundamenten voor een groter gebouw liggen er ook al. Er is al een tuin aangelegd en er zijn twee waterputten. Ik vroeg hem of hij geprobeerd had bij een of andere organisatie hulp c.q. financiële steun te krijgen. Hij zei, dat hij niet wist hoe dat moest, en ik heb hem verwezen naar father Alex, die nu pastoor is in een dorp 7 km van Nzega, waar hij werkt. Father Alex heeft duurzame ontwikkeling gestudeerd in het Nairobi en is verantwoordelijk voor veel projecten in het bisdom Tabora. Na het bezoek aan zijn project gingen we terug naar zijn huis, maar we besloten om iets te gaan drinken in een cafeetje van één van de werkers van het ziekenhuis.
Maandag 23 februari begon met het morning report. In het ziekenhuis was het weekend rustig verlopen. Er waren 14 kinderen op de kinderafdeling. Het kind met malnutrition begon beter te worden. Ik heb het gisteren naar huis laten gaan, want het kind begon weer te spelen en de oedemen waren verdwenen. Een ander kind met glomerulonefritis ging ook beter. Deze week moest ik samen werken met een andere arts, dokter Musa Mabula. Hij is heel behulpzaam en erg leergierig. Hij is met goede cijfers afgestudeerd.
Dinsdag was weer een grijze dag. Er was een kind, dat geopereerd was voor een darmperforatie, hij ging nu goed. En herstelde snel. Er was ook een meisje van drie jaar, dat ik verdacht van tuberculose, omdat ze al drie maand last van pijn op de borst had. Haar algemene conditie was gelukkig alweer een stuk beter. Een ander meisje had een longontsteking gehad, maar bleek ook een grote hartafwijking te hebben. Die hebben we het advies kunnen geven om naar de kinderarts in het universiteitsziekenhuis van Mwanza te kunnen gaan, waar de diagnose wordt gesteld. Daarna kan ze naar Dar
es Salaam verwezen worden voor een eventuele operatie om het mogelijk ventrikel septum deffect te sluiten. Dar es Salaam is hier 800 km vandaan. Mogelijk dat ze hulp van de regering kunnen krijgen om de operatie te laten doen.
Dinsdag was zuster Florida, de administrator van het ziekenhuis jarig. ’s Avonds was er dus een klein feestje bij de zusters. De coassistent en ik waren uitgenodigd voor het avondeten en daarna een feestje van ander half uur. Het was lekker ontspannend. Ze verwees me er nog op, dat ze jaren geleden hulp had gevraagd om hoger opgeleid te worden. We hebben
haar met fondsen kunnen helpen en ze heeft in Oeganda in de buurt van de hoofdstad Kampala een opleiding kunnen doen aan een soort universiteit voor verpleegkunde. Gevolg: ze is nu hier de directrice. Ze beschouwde me als een soort vader, want haar eigen vader was al lang geleden overleden. Ik, op mijn beurt, herinnerde een andere zuster eraan, dat ze me vroeg om te bemiddelen voor de opleiding van een radiografie assistent. Hij had zijn vader verloren en was niet meer instaat om de opleiding te betalen. Hij werkt nu hier en is een gewaardeerd en kundig assistent. Ze zijn heel blij met hem.
De woensdag ochtend begon met een presentatie voor de artsen en verpleegkundigen over apnoe bij de pasgeborene. Het was een goede presentatie, maar het is altijd de vraag of het ook in de praktijk gebracht wordt door degenen, die er mee te maken hebben. Later nodigde zr Florida de directrice me uit om te praten over haar zorgen als directrice. Het is hier in Tanzania aan het veranderen. Deels is dat goed, maar het brengt grote uitdagingen voor het ziekenhuis mee. Sinds 50 jaar geleden was er een plan opgesteld, dat er op iedere 10,000 inwoners een dispensary moest zijn en op iedere 10 dispensaries moet er een healthcenter zijn. Dat plan is nu zo langzamerhand geïmplementeerd.
In het Nzega district zijn nu 66 voorzieningen, waaronder twee ziekenhuizen en er zijn veel privé medicijn winkeltjes en laboratoria waar men bloed e.d kan laten onderzoeken. Er zijn nu te veel voorzieningen, zodat het ziekenhuis maar weinig patiënten krijgt en dat veroorzaakt allerlei problemen. Niet allen financieel. Hoe moet dat verder ?
Probleem is dat de socialistische partij, de CCM geen kritiek verdraagt . Daarom is er geen goede discussie, hoe deze zaken aangepakt moeten worden. Het ziekenhuis moet zich echt gaan ontwikkelen tot een tweedelijns instituut. Maar dat vraagt ook geld en een betere organisatie. Dus zorgen genoeg. Na de middag vroeg ze hulp om een zending uit Nederland te
controleren of alles erin zat zoals op de lijsten stonden en van een aantal dingen wisten ze niet wat het was, of waar het voor diende. Er waren bv een hoeveelheid infuuspompen bij, die ze moeten leren te gebruiken. Er waren veel soorten verband. Etc.
Donderdag zou ik na 11 uur naar Ulimakafu gaan om de school in ontwikkeling te bekijken, Ik heb meerderen keren bemiddeld bij financiële steun voor de school. Daarom word ik met veel egards door hen behandeld, alsof het geld uit mijn zak komt. Het zou echter veel gaan regenen en daarom heb ik de afspraak afgezegd. Op het eind van de dag ben ik op bezoek gegaan bij mijn assistent van 50 jaar geleden. Hij had gevraagd of hij mij kon spreken. Dus ik ben om 18.00 uur naar hem toe gefietst. Ik had voor de tweede keer een lekke band. Gelukkig kon zijn zoon de band plakken en kon ik later weer naar huis fietsen. Hij had me gevraagd me te spreken, omdat hij wou weten, wat de cardioloog in Mwanza hem had voorgeschreven en waar het voor diende. Hij snapte ook niet wat er op het verslag van de echo stond.
Ik kon dat gelukkig allemaal uitleggen. Naar mijn mening had men hem wel veel medicijnen gegeven. Hij had onder andere een medicijn voor zenuwpijn, terwijl hij helemaal geen pijn had. Men is hier vaak overdadig. Volgens mij kon hij wel een paar medicijnen stoppen. Zeker als hij het gebruik van suiker stopt en een aantal kilo’s afvalt.
Vrijdag 27 februari was een rustige dag. Zelfs saai. Er waren maar drie kinderen op de kinderafdeling. Er was echter op donderdag een jongen van 8 jaar opgenomen met malaria. Hij had een HB van 2 gr./dl, heel laag en hij kreeg een bloedtransfusie. Hij had de nacht rustig geslapen en ook nog gegeten. De medicatie om de malaria te behandelen was ook al begonnen op donderdag. Hij werd echter weer onrustig en kreeg een snelle ademhaling. Zijn zuurgehalte was gezakt naar 80%. Ik vroeg de verpleging om hem zuurstof toe te dienen en Ik liet hem een hele paracetamol in nemen
voor de koorts en pijn. Toen ik twee uur later terugkwam was hij overleden. Waarschijnlijk omdat de tweede bloedtransfusie nog niet was gestart. Ik vond dat zeer frustrerend. Malaria is toch nog een verraderlijke ziekte en hier nog steeds doodsoorzaak nummer één. Op het eind van de middag kreeg ik nog een email van zr. Justina om foto’s door te sturen naar de Imelda Nolet stichting in Schiedam, die de school meerdere keren heeft geholpen. Ze schreef ook, dat ik nog
welkom was, want het was droog weer. Ik heb toen snel de fiets gepakt en ben naar Ulimakafu gereden.
Daar waren de kinderen bezig met de kruisweg bidden omdat het vastentijd is. Zr Justina liet dat voorbijgaan en ging me snel rondleiden. Ik had een uur de tijd, want ik moest voor het donker weer thuis zijn. Want ik heb geen licht op de fiets.
De schoolgebouwen zijn grotendeels klaar. Men is nu het eerste gebouw voor het dormitorium aan het bouwen. Het is deels een kostschool. 60 lagere schoolkinderen blijven over. Ze slapen nu in een klaslokaal met dertig kinderen.
Dat is voor ons onvoorstelbaar. De volgende stap is om een keuken te bouwen en de eetzaal. Daarnaast is de zustercongregatie ook bezig een klooster voor 9 personen te bouwen. Dat begon er al goed uit te zien. Nu slapen de 5 zusters. Twee in het kantoor en drie bij de meisjes. Ondanks al het improviseren is de school erin geslaagd om derde te worden in Tabora region, Dat is een provincie met 2.000 000 inwoners en is bijna twee keer zo groot als Nederland. Na de rondleiding stonden de 60 kinderen me op te wachten en zongen me toe “Happy to see you” heel gedisciplineerd, Nu verwachten ze nog dat ik volgende week nog een keer in de namiddag terug kom als alle kinderen nog op school zijn. Er zitten nu meer dan 200 kinderen op de school. Als de lagere school is afgebouwd, verlangt de overheid ook, dat ze een middelbare school beginnen. Voor een groot deel ben ik de tussen persoon om het te financieren. Ik was voor het donker weer terug.
Vandaag zaterdag ben ik de dag weer begonnen met fietsen. Het was eerst echter een beetje aan het regenen. Mijn gids zei echter, dat we rustig konden gaan, dat de regen spoedig zou op houden. Dat was inderdaad zo. We vertrokken om 8.30 naar het noorden. We fietsten naar Mabisilo en daarna Maneleo. Daar in de buurt is weer zo’n stuwmeertje, dat ooit door de Engelsen is aangelegd. Er stond niet veel water. En achter de stuwdam stonden de rijstvelden droog. Ik had geluk en zag een paar prachtige vogels. Onder ander een paarse Kingfisher (ijsvogel) Deze had ik nog niet eerder gezien.
Na overleg met voorbijgangers zijn we doorgefietst naar het Oosten naar het dorp Busondo. Ik dacht dat ik daar nog een dokter zou kunnen begroeten, die tien jaar geleden in Ndala werkte. Ze was echter allang naar een andere plek overgeplaatst. In Busondo zijn we even gestopt om thee te drinken en een pannenkoek en een soort oliebollen zonder krenten te eten. Dat is hier standaard als je onderweg even stopt. We waren om 12.30 weer thuis en het was droog. Alleen was de weg hier en daar nog nat van de regen en slipperig door de modder.
Traditionele offerplaats
Vandaag zondag is het bewolkt en het regende een beetje. Ik ben nog naar de kinderafdeling gaan kijken. Juist toen er weer een spoedgeval binnen kwam. Het was een bewusteloos kind door de lage bloedsuiker. Het had drie dagen niet gegeten. Meer dan een week geleden was het gevallen en kon niet meer lopen. Ze hebben het beentje met kruiden op de huid en ook via de mond behandeld. Het gevolg was dat de huid brandwonden heeft en ontstoken is geraakt.
Waardoor het kind nog zieker werd. Gisteren waren ze naar een health center in de buurt gegaan. Ze verwezen het kind door naar het ziekenhuis. Ze kwamen echter pas vandaag. Net op tijd, want het kind was bijna overleden door de lage bloedsuiker. Dat konden we hier nog net op tijd toedienen. Nog zien of het been gebroken is of alleen maar ontstoken.
Dit is het dan voor deze keer. Het is weer een uitdaging om de foto’s er weer goed bij te doen.

Fijn dat je deze verslagen schrijft. Zo krijgen we een beetje een indruk van hoe het daar gaat….