Dit wordt dan weer het, op een na, laatste verslag uit Tanzania. Mabula en ik hebben sinds vorige
week weer veel meegemaakt. We hebben geen spectaculaire dingen gedaan, maar we zijn toch
flink bezig gehouden. Vorige week zondag zijn we dus naar Lake Balangida gegaan. Balangida betekent in de lokale taal ( Barbaig) zout. Dit was een heel apart gezicht. Het hele meer was opgedroogd en had een zoutlaag achter gelaten. Voor mij was het de tweede keer, dat ik het zag. Dat is iets wat weinig
toeristen zien., want iedereen komt voor de wildparken.  Dit is uniek om te zien, net zo spectaculair als in Turkije Pamukale of de dode zee.
Maandag 19 november was ook een drukke dag. ’s Morgens gingen we twee families
bezoeken in het binnenland. De eerste familie was een Barbaig familie. Ik was er een aantal
jaren geleden ook al een keer geweest en ik herkende hen nog en zij herkenden mij ook nog,voor Mabula was dit nieuw. Eerst was het natuurlijk apart om het landschap te zien, echt Savanne landschap. Overal is het droog en de bomen zien er dor, droog en gedrongen uit. Het grootste deel is laag, omdat de mensen veel hout hakken in het bos om brandhout te hebben voor het koken en verwarmen. Ook hebben ze hout nodig om te bouwen. Toen we aankwamen stond de familie al klaar en m.n. de vrouwen begonnen te zingen en te dansen. Het typische van de Barbaig, is dat ze leren kleding maakten. Ze verwerken het leer van a tot z. Ze drogen het en krabben er daarna de haren er af. Ze maken het leer heel dun zodat het heel soepel is, daarna naaien ze het met vezels van gedroogd vlees. Dat is zo dun als garen. Ze maken kleine gaatjes met een dunne priem en steken het garen er door. Tenslotte versieren ze het met kralen. Ze lieten ook zien hoe ze de mais malen met grote stenen. Het was een gezellig bezoek.
Daarna gingen we naar naar een Iraqse familie, die een halve kilometer verder op woont. De Iraq dragen kleding zoals moderne Afrikanen. Ze malen de mais niet, maar stampen het stuk in een grote houten vijzel. Ze kweken ook allerlei bonen en dat moet natuurlijk ook uit gezocht worden. Oma was een rieten mat aan het vlechten. Dat is hun specialiteit. Het bezoek duurde langer dan gepland was. We
moesten ons terug haasten.
’s Middag had Thomas Safari met zijn familie een traditionele honingbier festijn georganiseerd. Dit begon zondag al. Op zondag werd alles klaar gemaakt om de honing te mengen met water en worteldelen van Aloë Vera en in hele grote kalebassen van 20 liter te doen. Deze werden afgesloten en bij een houtskoolvuurtje gezet. Het mag niet te warm worden en niet te koud. Dan moet het 24 uur gisten. Op maandagmiddag waren de vrienden van Thomas safari zijn vader en hemzelf uit
genodigd. Allemaal mannen, een stuk of twintig. Mabula en ik waren ook uitgenodigd. Dit bier wordt alleen maar bij bepaalde gelegenheden gebrouwen. Men zat al een uur te wachten toen wij kwamen.
Na een welkom, begon op traditionele wijze het schenken van de honingdrank in koeienhoorns of kalebassen. Ieder had zijn eigen “glas”meegebracht. Zelfs de gastheren van de ochtend. Sommige kalebassen waren mooi bewerkt. Mabula en ik hebben ook onze kalebas gekregen en zijn lid van het gilde geworden. Er werd daarna eerst op de traditionele manier gebeden door de verschillen de mannen en de anderen mannen sloten zich dan met luide stem aan. Daarna werd het bier geschonken
en eten rond gedeeld, Ugali met groenten en vlees of kip.
De moeder en vrouw van Thomas zaten met de kinderen in de andere kamer. Na het eten, ging men ontspannen buiten zitten in groepen. Er bleken twee ex-hartlopers bij te
zijn. De een was Gidamis Shahanga. Hij heeft in 1984 de Marathon van Rotterdam gewonnen.
Hij sprak ook goed Engels. Hij had in Amerika gestudeerd en is later burgemeester van Katesh
geworden. De ander had ook meerdere marathons gelopen, maar hij sprak geen Engels. Er
waren ook twee jongen kandidaten, die al in Europe hadden gelopen. Ze werden door Gidamis
Shahanga gecoached. Ze trainen in Katesh, omdat dat hoog ligt op 1700 meter. Het is daar niet
zo warm. Ze zijn van Barbaig afkomst en deze mensen behoren tot de zelfde volkeren, Niloten ,
als de Kalenjin uit Kenia en de Ethiopiërs. Het was een gezellige bijeenkomst. Om goed vier uur begonnen de eersten te vertrekken. Men wil voor het donker (19.00 uur) thuis zijn. Het was ook heel gezellig om zoiets mee te maken. Sommigen hadden echt belangstelling. Gidamis ging ook nog met ons mee naar het hotel en dronk daar nog een extra bier met ons.
Dinsdag 20 november zijn we naar Babati gereden. We vertrokken al vroeg, want het was twee uur rijden. Eerst hebben we ingecheckt in het Manyara country lodge hotel. Dit was een nieuw net hotelletje, met goede service. In Babati zijn we gaan wandelen op de berg Nkwaraa. Helaas nam onze gids het verkeerde pad. Officieel moet je 10 USD betalen om het natuurreservaat te bezoeken. Omdat te
voorkomen hadden Thomas Safari en onze gids besloten om via een andere weg te gaan. Dit was een langere weg en twee honderd meter voor de top liep het pad dood, of was niet meer
te herkennen, omdat er te weinig mensen gebruik van maakten. We zijn toen wat afgedaald en
hebben nog geprobeerd via de andere weg naar een bepaald punt te lopen. De top konden we niet meer halen, omdat het al te laat was. Na een stuk gelopen te hebben was ik moe en onze chauffeur was ook moe. Mabula heeft het steeds volgehouden. Totaal hebben we 13 kilometer gelopen op de berg.
We hebben samen in ons hotel een pilsje gedronken en toen hebben we afscheid genomen van onze chauffeur en Thomas Safari. De chauffeur was toezichthouder bij de wegenbouw en moest de volgende dag weer vroeg op het werk zijn. Onze gids Erick, bleef nog bij ons en heeft ons de volgende dag ook op de bus gezet naar Arusha. Woensdagmorgen hebben we om 8.00 uur de bus naar Arusha gepakt. We hadden niet gereserveerd en namen de eerste de beste bus. Dat was niet de beste . Ik zat op een bank
zonder vering. Dus ik heb tijdens de drie en half uur durende rit wat te klagen gehad. Onderweg heb ik onze gids hier in Arusha gebeld, hoe laat en met welke bus we zouden aankomen. Hij stond al klaar bij het busstation en gingen naar zijn huis. Dat was spannend, want hij had aangeboden, dat we bij hem thuis konden logeren. Ik had een aantal hotels afgewezen, omdat ik die onnodig te duur vond. We kwamen bij Erick Saimon zijn huis aan. Hij is een jonge gids 25 jaar, die een toeristenopleiding heeft gedaan. Ik had hem drie jaar geleden als gids in Udzungwa Mountains ook als gids gehad. Hij was toen nog jong. Hij heeft nu zijn rijbewijs gehaald en probeert samen met een vriend een eigen bedrijf op te
bouwen. Erick Saimon is een Masai. Zijn vader is onderwijzer op een particuliere school. Maar het salaris van een onderwijzer is hier niet hoog. Dus Thomas en zijn broers en zussen hebben geen kans om verder te studeren. Erick heeft een eigen tweekamer woning gebouwd op het erf van zijn ouders. Ik verblijf in dat huisje. Mabula verblijft hier naast in het soort gelijk huisje van de vriend Steven Revocatus. Alleen de badkamer moet ik met hem delen. De mensen zijn heel vriendelijk en blij, ze vinden het leuk, dat ze gasten hebben. De moeder van Erick kan goed koken. Dit is veel beter dan in Katesh. Nadat we ons geinstaleerd hadden, zijn we de omgeving gaan verkennen. De familie Saimon woont aan de rand van de stad. De wijk Mianzini en de buurt lboru. Dit is op een heuvel. Het is er groen en er groeien heel veel bananenbomen. Een paar honderd meter van het huis zag ik een grote boom met orchideeën. Erick kende dit niet. Hij dacht dat het parasieten waren. Hij kent veel planten , maar geen orchideeën. Zijn collega ook niet en mijn gids in Katesh kende ook geen orchideeën. Ik heb ze nu bewust gemaakt, dat dit bijzondere planten zijn. Donderdag is hij met een buurjongen een orchidee uit de boom gaan halen. Ik hield mijn hart vast, zoals die jongen in de boom klom. Nu heeft Erick ook twee orchideeën in zijn tuin in de boom gezet.
Donderdag 22 november hadden we een lichtere dag. We gingen picknicken bij Lake Duluti. Dit is een kratermeer van een km 2 maar 700 meter diep. Dit meer ligt 20 kilometer ten oosten van Arusha. We moesten entree betalen. We zijn over de kraterrand het meer rond gelopen. Eerst liepen we boven op de krater rand. Daar was het vrij droog. We zagen verschillende bloemen en ook een paar orchidee soorten. Er waren ook allerlei plaatsen waar de lokale bevolking kwam bidden. Het deed een beetje aan een kruisweg denken. Verder op liep het pad aan de binnenkant van de kraterrand. Dit was donker en groen.
Er stonden grote ficusbomen. Daar zagen we de Monitor Lizzard, een nachtreiger en andere
vogels. Tot slot kwamen we bij de Camping. En daar stond een oude Sausagetree helemaal vol
orchideeën. Het waren andere soorten. De dag was dus weer goed. Mabula had ook genoten.
Vrijdag 23 november stond het Arusha National Parc op ons programma. Dit is een Park aan de voet van de Mount Meru. We hebben een wandeling van een paar uur afgesproken. Het was rustig en je ziet zo andere dingen dan van uit een auto. Je wordt rondgeleid, door een ranger met geweer. Er lopen veel buffalo’s rond . Die zijn erg gevaarlijk. Gevaarlijker dan leeuwen. Ze willen niet gestoord worden. Er zijn ook olifanten in het park, maar die hebben we niet gezien. We zagen wel diverse vogels. Mabula heeft veel kunnen fotograferen. Na de wandeling zijn we bij een meertje gaan picknicken. Het park is rustig, Er waren niet veel toeristen. In het park liepen veel waterbucks en veel kuddes buffalo’s.
Zaterdag zijn we in de bewoonde wereld gebleven. We werden door een gids rondgeleid, in het dorp Tengeru. Daar hebben we gezien hoe de koffie verbouwd wordt. We ziijn ook nog 300 meter de berg op gelopen. Op de terugweg zagen we weer een ander soort orchideeën. Ook deze gids Emanuel wist niet wat orchideeën waren. Terwijl hij een officiële gids is. Op de terug weg naar beneden kregen we een regenbui en moesten we schuilen. We waren zodoende laat en hadden niet veel tijd om bij een bar traditional bananenbier te gaan proeven. Dit hebben we maar 20 minuten gedaan. Ik vond het een beetje fris, maar omdat het niet gefilterd was, stond het mij een beetje tegen. De Gesuda in Katesh smaakte beter. We hebben ons naar de stad gehaast , want ik wou kaartjes voor de bus van morgen
hebben. zodat we een goede bus en goede zit plaatsen hebben. De busreis van Arusha naar Dar es Salaam duurt 9 uur. Terug bij de familie Saimon wou de hele familie op de foto. Dus moesten we samen in allelei combinaties op de foto. Ze vinden het leuk, dat we er zijn. Helaas kunnen de familieleden geen Engels. Zelfs zijn vader niet.
Vandaag zondag 25 november zijn we vroeg op gestaan. We zijn voor zes uur opgestaan en om 6.15 uur waren we op weg voor birdwatching. We zijn de buurt hier aan de rand van de stad rondgelopen om vogels te zien. Mabula heeft veel mooie foto’s gemaakt. Er is in deze buurt veel groen. Toen we om negen uur terug waren hebben we ons gewassen en het ontbijt gebruikt. Rond tien uur zijn we met de auto naar een dorp ten noorden van Arusha gereden om kennis met de Masai te maken. Dit viel tegen, want veel Masai zijn tegenwoordig christelijke en waren naar de kerk. De anderen waren naar de markt. Tot slot hebben we nog een familie gevonden, die wel op de foto wilden. Er werden nog een aantal vrouwen bij geroepen en toen gaven ze een demonstratie van hun zang en dansen. Tegen betaling natuurlijk, Het is altijd even leuk om dit mee te maken, maar dit was hetzelfde als bij de Barbaig. Bovendien waren deze vrouwen niet meer zo traditioneel gekleed. Ze woonden ook niet meer in een hut, maar in een cementen huis, met muren en deuren. Ze woonden op goede grond en waren geen echte veeboeren, meer maar landbouwers. Op de terugweg zijn we de stad langs gegaan om nog een keer te pinnen zodat we aan onze verplichtingen konden voldoen. Ook al heeft de familie niets gevraagd maar wee willen toch het normale bedrag, als gids, aan Erick betalen. Ze zouden in ieder geval een rekening geven van het eten en het drinken. We zullen het straks zien. Het laatste deel krijgen jullie te horen als ik weer thuis ben.

Veel groeten Gerard

Verslag uit Ndala 2018 no 8

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.