
Er is weer een week voorbij. Het leven gaat hier ook snel. Nu is het droog en warm weer. Het is opgehouden met regenen en de verwachting is dat het pas over tien dagen opnieuw gaat regenen. Ik hoorde vandaag al dat dat voor sommige gewassen te laat is, dat er dan een deel van de gewassen zal verdrogen. Het is weer boven de dertig graden. Hier in huis is het ook warm. Vorige week zondag de 9de februari ben ik eerst weer naar de kerk gegaan. Ik moest wel geduld hebben. De mis zou om 9.00 uur beginnen. Maar de vorige mis liep een uur uit. Ik dacht ik zal me maar aanpassen aan de mensen hier en geduldig wachten. De mis begon pas om 10,00 uur en hij duurde twee uur. Er was een nieuw priester, die een uur preekte. Ik hoorde hier ook mensen klagen, dat dat onzin is. Je kunt niet het niet volhouden om zo lang te luisteren.
Daarna thuis gekomen ben ik verder gegaan om voor jullie het verslag te schrijven. Ik was juist op tijd klaar, want ik had afgesproken om een zekere Michael Nyaliga te bezoeken. Zijn dochter werkt als assistant verpleegkundige op de kinderafdeling. Ik kende hem, omdat zijn vrouw Scholastica een tijd in dienst was voor de coassistenten. En ik logeerde in het zelfde huis. Maar ze had nierinsufficiëntie gekregen en is vorig jaar gestorven. Michael, was boer, maar hij maakte ook pasfoto’s en had een klein winkeltje. Wegens de ziekte van zijn vouw moest hij alles verkopen om de behandeling van zijn vrouw te kunnen betalen. Eerst werd ze een paar jaar in Dar es Salaam behandeld, omdat haar dochter daar werkte en woonde. Sinds een paar jaar heeft het Nkinga Hospital ook een dialyseafdeling en kon ze dus dichter bij huis behandeld worden. Maar haar conditie werd steeds slechter. Zijn dochter had me verteld, dat haar vader het erg op prijs stelde, dat ik langs zou komen. Ik ben er dus om 17.00 uur naar toe gefietst. Hij was destijds begonnen om een nieuw huis te bouwen, maar doordat zijn vrouw ziek werd was er geen geld meer over om het af te maken. Er zaten bv nog geen ruiten in de ramen, alleen tralies tegen diefstal. Michael en de dochter spraken echter maar weinig Engels, daarom was het gesprek wat moeizaam. Zo groot is mijn kennis van het Swahili ook niet. Na een uur ben ik dus opgestapt.
Zondagmorgen was ik na de Mis aangesproken door een oud verpleegkundige van het ziekenhuis, ene Mathew Ndunguru. Hij zei dat ik welkom was om langs te komen. Dat ben ik na mij bezoek aan Michael gaan doen. Ik wist waar hij woonde, nog geen 500 meter hier vandaan. Maar hij was niet thuis, omdat hij was opgeroepen voor een spoedgeval. Daarna ben ik doorgefietst naar Bruno Matalu. Ik had op een winkeltje zien staan Bruno’s Agrovet en ik dacht dat is vast de Bruno die ik kende. Hij was laboratorium technician in het ziekenhuis, maar in 2013 werden er nieuwe contracten afgesloten met de werkers. Hij vertrouwde dat helemaal niet en weigerde het nieuwe contract te tekenen. Ik heb toen nog mijn best gedaan om hem meer vertrouwen te laten hebben. Bruno zat wel thuis lekker uit te rusten na het werk in de winkel. Na het ontslag van zijn baan in het ziekenhuis is hij zijn eigen laboratorium begonnen en de winkel voor landbouwartikelen zoals insecticiden, kunstmest en zaden en veterinaire artikelen. Dit blijk achteraf gezien een goede beslissing te zijn geweest. Hij boert goed. Hij is van plan zijn laboratorium uit te breiden en nog meer service te gaan geven. Tien jaar geleden, was hij ook actief voor de oppositie partij, maar daarmee was hij gestopt. Zijn oudste zoon had het VWO afgerond en zocht nu een mogelijkheid om medicijnen te gaan studeren. Ik bleek zijn vrouw ook te kennen. Zij is hulpverpleegkundige op de kinderafdeling. Maar zoals dat hier gaat, zij moest eten koken en ze kwam er niet bij zitten. Ik kreeg ugali (een brij van maismeel) en groenten te eten. Ik kreeg ook een beker karnemelk aangeboden. Dat hadden ze zelf gemaakt. Dat was nieuw voor mij. Vanmiddag kreeg ik dat bij iemand anders ook. Ze stelden het erg op prijs, dat ik was langsgekomen. Voor ik weg ging, moest ik binnen komen en werd er voor me gebeden, zowel uit dankbaarheid als voor mijn gezondheid.
Maandag werd de dag gekenmerkt door een pasgeboren baby. Op de ochtendbijeenkomst vertelde de arts, die dienst had gehad, dat er een baby was op genomen, met een opgezette buik vol met lucht. Daardoor werd ik nieuwsgierig. Maar ’s middags was het beleid voor het behandelen niet veranderd. Toen ben ik me er mee gaan bemoeien, want anders zou de baby het zeker niet overleven. Mijn idee was, dat de baby een meconium ileus kon hebben of dat er een aangeboren afwijking aan de darmen zou zijn. Ik had de echo en de röntgenfoto van de buik gezien. Ik gaf toen het advies om de baby te laxeren en dan zien of er iets zou verbeteren en om het twee uur aan te zien en daarna opnieuw te beoordelen. Na twee uur was er niets veranderd en ik zei, dat de dienstdoende arts moest worden gewaarschuwd. Maar die ging eerst twee keizersnedes doen. Rond 20.00 uur ben ik er weer langs gelopen en zag de dienstdoende arts en zei dat mijns inziens de baby geopereerd moest worden. Hij zei, dat hij dat niet aandurfde en ging weg. Toen ben ik naar de zusters gegaan om te kijken of zr. Christina, de chirurg, thuis was. Zij was elders in een vergadering. Maar het had wel het effect, dat een uur later een aantal zusters om de baby stonden en aan het overleggen waren, wat er gedaan kon worden en een tijdje later kwam zuster Christina zelf ook. Ze werd boos, omdat de twee die dienstdeden, haar niet eerder hadden ingeschakeld overdag. Ze hadden ook een andere arts kunnen inschakelen, die veel ervaring heeft en goed opereert ook, al heeft hij geen dienst. Zr Christina vond het beter om het kind naar Nkinga te sturen, maar de ouders konden dat niet betalen. Bovendien is vervoer in de nacht duur. Toen ging ze zelf het kind voorbereiden voor de operatie. Helaas is het kind toch overleden voordat het zover was. Ik had me er ’s morgens al mee moeten bemoeien. Maar ik wilde de verantwoordelijken niet voor de voeten lopen.
Vanaf dinsdag 11 februari heb ik me met een andere pasgeborene bemoeid. Ik werd er door een verpleegkundige bij gehaald om de baby te beoordelen. Deze was geboren na een bevalling, die drie dagen had geduurd en had dus zuurstofgebrek gehad. Daardoor had was de baby bewusteloos en had continue convulsies. De baby had medicijnen nodig om de convulsies te onderdrukken en er moest ook op de temperatuur gelet worden. Meerdere keren was de baby onderkoelt. Ik heb ook de moeder er op gewezen om de melk te kolven en de baby via de tube melk te geven, Gisteren leek de baby stabiel. De convulsies waren gestopt . De baby begon meer te bewegen en lijkt er door te komen. Dit is met name omdat de hoofd verpleegkundige van de kraam afdeling zeer gemotiveerd is om de sterfte van kinderen om laag te brengen. Deze week liet hij me zien wat hij allemaal geleerd had om een baby te beoordelen. Hij liet me een zg. neobeat zien. Een klein apparaatje als een Cardiometer voor hardlopers om de hartslag te beoordelen. Hij liet me ook zien hoe je een pasgeborene kon reanimeren.
Ik had dinsdag om 17.00 uur met Stefano Ligwa afgesproken om het oudste kerkhof in deze omgeving te bezoeken. Daar liggen de eerste missionarissen begraven, die hier bijna 150 jaar geleden voor het eerst aankwamen. Dat is een aantal kilometers hier vandaan, maar ik weet de weg niet meer binnendoor. Helaas was Stefano ziek geworden. Dus we konden de plek niet bezoeken. Misschien a.s. maandag.
Dinsdag avond kwam zr. Felista, de regionale overste nog even langs om afscheid te nemen. Ze ging met de nachtbus terug naar het klooster bij Kilimanjaro airport. Ze nodigde me uit om langs te komen. Ik zou er zelfs kunnen overnachten. Ze was een paar dagen hier geweest voor een vergadering.
Woensdag werd ik opnieuw aan de jas getrokken door de verpleegkundige Justin, Er was dinsdag avond een baby op genomen met een gastroschizis. Dat wil zeggen de buikwand had zich niet gesloten. De darmen lagen dus buiten. Helaas hadden de mensen gewacht om met spoed naar het ziekenhuis te komen, dan is de kans dat de darmen al besmet zijn heel groot. Zr. Christina wou eerst de baby naar Nkinga hospital verwijzen, maar dat was moeilijk voor de familie. Er lag nog ergens een Silo bag en daarom was zr. Christina toch de baby gaan behandelen. Justin Liet me trots zien hoe dat werkte. De Silo bag is een soort groot condoom waar de darmen in worden gedaan en dat wordt het opgehangen. Door het gewicht en door de druk elke dag iets te verhogen zakken de darmen langzaam toch in de buik en zijn de darmen steriel afgedekt. Helaas is de baby later toch gestorven. Er was teveel vertraging geweest. Justin vroeg me daarna te helpen om een nieuwe Silo bag te bestellen. Ik ben op internet gaan kijken en vond de firma in Amerika. Ik heb een prijs opgave aangevraagd en ze reageerden snel. Na overleg met zuster Christina kan ik ze bestellen.
Na 17.00 uur ben ik weer gaan fietsen. Nu dit keer richting Busondo. Het viel me tegen. Ik had verwacht nu in het regen seizoen heel veel bloemen te zien, maar er zijn er maar weinig. Het lijkt er op dat veel planten gaan bloeien, voordat de regen begint.
Donderdag 13 februari had ik sinds een paar dagen een kind op de afdeling met een zwelling aan de hals. Ik had een echo laten maken en het bleek een ontstoken lympheklier te zijn verdacht van TB. Ik nam contact op met Merius Ordaz een dokter die al jaren hier in Ndala is. Hij zei onmiddellijk, dat het waarschijnlijk tuberculose was. Hij zou komen kijken. Volgens de score lijst had het kind 8 punten. Dat betekent, dat er een zeer grote kans op tuberculose was als oorzaak van de zwelling. Dus het kind werd verwezen voor tuberculose behandeling. Na twee dagen leek het kind al beter te gaan. Het gewicht nam weer toe en vroeg de moeder om naar huis te gaan met de medicatie.
Vrijdag was ik al weer over de helft van mijn verblijf in Tanzania. Over twee weken ben ik al weer vertrokken uit Ndala. De dag begon rustig en zuster Justina had gevraagd of ze me later op de ochtend kon spreken. Na het visite lopen op de kinderafdeling ben ik naar huis gegaan om haar te ontvangen. Terwijl ik de email aan het bekijken was zegt de huishoudster ineens “Dokter waar is uw fiets?” Ik snapte er niet van. Ik had de avond ervoor de fiets gebruikt om een paar boodschappen te doen. Ik begon me af te vragen of ik de fiets bij de winkel had laten staan. Volgens mijn geheugen, was ik op de fiets thuis gekomen. Uiteindelijk ging ik naar de coassistenten om te vragen of ze iets hadden gezien. Ja, zeiden ze: er kwam een jonge zuster en die nam de fiets zonder iets te zeggen mee. Welke zuster zou dat kunnen zijn? Het bleek de zuster van de huishoudelijke dienst te zijn en ze dacht dat ze een fiets van het ziekenhuis mee nam. Die worden vaak door gasten gebruikt.
Zr Justina kwam praten omdat ze sponsors nodig heeft voor de uitbreiding van haar school. De Mary Star of the Sea school in Ulimakafu. Ik heb haar verteld van de Lions en Rotary organisaties en we hebben de contactadressen opgezocht. Ze ging proberen er contact mee op te nemen.

Vrijdag na vijven wou ik gaan fietsen. Ik werd echter gebeld door Mathew Ndunguru. Dat is de oud verpleegkundig, die me zondag ook uit nodigde. Hij werkt nu in Nzega. Hij zei, dat hij thuis was en dat ik welkom was. Toen ik bij hem kwam nam hij mij mee naar een project van hem en zijn vrouw. Zijn vrouw is vice directrice van de kweekschool en heeft een universitaire opleiding. Ze verdienen allebei dus goed. Ze hadden het idee opgevat om een weeshuis te stichten. Hij nam me mee om het te laten zien. Het was een paar kilometer fietsen naar de rand van het dorp. Daar stond een grote omheiningsmuur en er was een grote poort. Hij opende de poort en daar achter was een terrein als een voetbalveld, waar al een indeling was gemaakt. Er stond al een huis aan de rand en een klein gebouwtje, wat als winkel moet gaan dienen. Er waren bomen geplant en de rest was beplant met gewassen. Er waren al twee waterputten gebouwd. Er is dus genoeg water. Er was 47.000.000 Tsh geïnvesteerd. Het is hun bedoeling dat het weeshuis geopend kan worden als hij over een paar jaar met pensioen gaat. Na het bezoek aan het complex nam hij me mee om te wandelen. We gingen naar een klein kroegje om iets te drinken . Ik nam een biertje, maar hij zelf nam niets. Hij moest blijkbaar andere dingen regelen. Ik trof daar een andere oud verpleegkundige aan van het Ndala Hospital en er kwam ook een arts en chauffeur bij van het Busondo health center. Mathew was blijkbaar een mede-eigenaar van het kroegje.
Zaterdag had ik weer twee afspraken. Ik was door Paulo Eduard uitgenodigd om zijn boerderij te komen bekijken en ’s avonds om 17. uur was ik door de patron Thomas Mtilimbanya van het Ziekenhuis uitgenodigd om te komen eten.Ik ben eerst visite gaan lopen op de kinderafdeling. Dat duurde wat langer dan ik gedacht had, omdat er nu 13 kinderen waren op genomen. Daarna moest ik me haasten, want ik had om 10.00 uur afgesproken. En het was al 10.00 uur. Ik heb dus snel de fiets gepakt, want het was zo’n tien kilometer hiervandaan. Ik wist de weg nog ongeveer. Het was echter een behoorlijke inspanning. Want een deel van de weg liep tussen de rijstvelden door en daar stonden grote plassen en was het kleigrond i.p.v., zand. Ik kreeg er natte voeten van. Op het eind herkende ik de afslag naar zijn plot niet en moest ik de weg vragen. Ik werd door een jongen van +/- elf jaar naar de juist plek gebracht, maar daar was niemand thuis. De jongen zat niet op school. In die buurt ging niemand naar school. Dat was te ver weg, zowel Ndala als een ander dorp. Na een tijdje kwam Paulo eraan. Hij had insecticide gespoten op de akker met watermeloenen. Hij moest zich dus eerst wassen en de kleding gaan verwisselen. Hij had me eigenlijk de hele dag geclaimd. Er werd eten gekookt en later zijn we nog een rondje gaan lopen. We moesten natuurlijk zijn vrouw gaan bezoeken. die rijst aan het planten was.

Het was 16.00 uur toen ik op de fietst stapte en als een razende naar huis fietste en ik probeerde zo goed en kwaad als het ging langs de modder en plassen te komen.
Om 16.45 was ik thuis, Ik heb snel gedoucht, want ik was drijfnat van het zweet en was om 17.15uur bij Mtilimbanya. Hij stond al op de hoofdweg om me de weg te wijzen. Hij had al gedacht, wat er zou zijn, want de Nederlanders komen altijd op tijd. Het was gezellig bij hem, we hebben de nodige herinneringen kunnen ophalen en om 19.30 was het tijd om naar huis te gaan. Het verhaal is nog lang geworden. Nu is het weer tijd om te stoppen en ik moet kijken of ik er foto’s bij kan vinden.
Veel groeten uit Ndala
Gerard
